Skip to content

Vergeten en verguisd

7 juli 2019 | 10:00

column Alfons BruekersVan oudsher werd Nederweert omringd door een krans van vennen, waterplassen en uitgestrekte heidevelden. In het zuiden van de gemeente lagen de Roevenderpeel en het Schoorwater. Dit gebied had in de oren van vele inwoners een sinistere bijklank. Daar vlakbij bevond zich in vroegere tijden immers de gemeentelijke executieplaats waar veroordeelde misdadigers ter dood werden gebracht.

In die lugubere omgeving, pal naast de Schoordijk, richtte het gemeentebestuur rond 1880 een algemene begraafplaats in. Formeel was die bedoeld voor niet-geïdentificeerde overledenen maar in de praktijk was het de plek waar niet-katholieken en zelfmoordenaars werden begraven. Voor hen was immers in de beleving van de geestelijkheid van die tijd geen plek in de hemel beoogd. Laat staan dat voor hen een begraafplaats op de gewijde grond van een katholieke begraafplaats mogelijk was. In de ogen van kerk en maatschappij waren zij vergeten en verguisd. In de hei van Schoor had de gemeente een klein stukje grond afgezet met een greppel en prikkeldraad. Een poort met het opschrift ‘Algemeene Begraafplaats’ gaf toegang tot de dodenakker. Pas in 1959 hief het gemeentebestuur deze algemene begraafplaats op en richtte een nieuwe in. Die kwam bij de St. Lambertuskerk, op de hoek van Kerkstraat en Kapelaniestraat. Het kerkhof van Schoor werd– weinig piëteitsvol – ingericht tot gemeentelijke vuilstortplaats. Bij graafwerk ten tijde van de sanering van de stortplaats werden in 1966 drie stoffelijke overschotten teruggevonden die uiteindelijk werden herbegraven naast de kerk. De Ruilverkaveling Weert-Stramproy wiste uiteindelijk alle sporen van de oude begraafplaats uit. Dankzij naarstige archiefnaspeuringen lukte het om de vergeten verhalen van de drie op Schoor begraven personen te achterhalen.

Zo is er het verhaal van de 72-jarige Hagenees Mathijs Ridder. Hij was een onderscheiden oorlogsheld en Indië-veteraan die na zijn militaire carrière al bedelend door heel Nederland zwierf. Vlak voor Kerst 1883 arriveerde hij in Nederweert. In het duister struikelde hij in Sluis 14 waarin hij verdronk. Omdat hij Nederlands Hervormd was, werd de ongelukkige op Schoor begraven. Dat overkwam zes jaar later ook Altje Ijlder van Kooij. Zij overleed als baby aan boord van een Rotterdams schip dat door Nederweert voer. Ook zij was niet-katholiek en te Schoor in een anoniem graf ter aarde besteld. Het derde verhaal is dat van de Nederweerter huisschilder die ‘Pietje Puk’ werd genoemd. In 1931, luttele dagen na zijn huwelijk, maakte hij een einde aan zijn leven. In de ogen van pastoor Veltmans, die in zijn preken graag de onherbergzame heide- en moerasgebieden van Nederweert als het duivelse voorgeborgte van de hel beschreef, was Schoor de enige juiste plek voor een zelfmoordenaar. Het was een tijd dat de publieke opinie nog niet opgewassen was tegen de dominantie van deze zwartboordpriester. Schoorwater en Roevenderpeel zijn weer in oude glorie hersteld. Zou een klein herdenkingsteken ter plaatse niet een respectvol postuum eerbetoon kunnen zijn aan de andersdenkende bedelaar, het schipperskind en de ongelukkige huisschilder? Opdat zij niet langer vergeten en verguisd zullen zijn.

Alfons Bruekers

Advertentie

Er zijn nog geen reacties geplaatst


Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Advertentie

Foutje gespot?

Oeps, je hebt kennelijk een foutje gespot.
Fijn dat je ons op de hoogte brengt. Met een paar klikken kun je ons hierover een berichtje sturen. We doen ons best het foutje zo snel mogelijk te herstellen en je hiervan op de hoogte te brengen.

Advertentie

Meer nieuws

Greep naar de Hoorn 2024-17
Zo´n 30 teams zijn al aangemeld
14 mei 2026 | 21:07
Weekblad voor Nederweert 2024
Lees hier online
14 mei 2026 | 16:00
Volkstuinen-vrij-bij-In-Paradisum-aan-de-Hoofstraat
Samen verantwoordelijk
14 mei 2026 | 14:00

Advertentie