Wie het onlangs verschenen prachtige boek ‘Haole klot’ heeft gelezen (en dat zijn er velen in Nederweert) die kan vermoeden welke enorme hoeveelheid bier er heeft gestroomd in de tientallen etablissementen die de horeca van Nederweert zo’n 40 jaar geleden nog telde.
Nederweerter bierbrouwerijen
De grote brouwerijconcerns met de bekende naam voeren er wel bij. Veel vroeger was bier nog een lokaal product, afkomstig van eigen brouwerijen.
Merknamen
De geschiedenis van de Nederweerter brouwerijen moet nog geschreven worden. Het waren bijna altijd familiebedrijven en vanwege de hoge investeringen in apparatuur waren ze vaak generaties lang in bedrijf. 150 Jaar geleden waren er in onze gemeente zes, met de volgende merknamen: De Pelikaan, De Hinde, De Drie kronen, De Vier Linden, De Kroon en Brouwerij Beijes. Brouwerij De Kroon heette eerder De Rode Leeuw. De Pelikaan is nieuw leven ingeblazen door de bierbrouwers van Eijnderhoof.
Torenhoge accijns
Bier drinken is van alle tijden en dat geldt dus ook voor het brouwen. Het bekende verhaal dat men vroeger vanwege de hygiëne liever bier dronk dan water, kunnen we naar het rijk der fabelen verwijzen. Het gold misschien in dichtbevolkte steden. Met de lokale watervoorziening door middel van particuliere en gemeentelijke putten in Nederweert was niet veel mis. Maar in de plaatselijke herbergen dronk men natuurlijk geen water maar vooral in eigen dorp gebrouwen bier. Er werd hier ook wel importbier geschonken, dat voornamelijk afkomstig was uit Hoegaarden en Diest. Het gebruik daarvan werd door ons gemeentebestuur met torenhoge accijnzen ontmoedigd. Importmaatregelen zijn van alle tijden.
Inkomstenbron
Verplaatsen we ons eens denkbeeldig naar het Nederweert van exact 350 jaar geleden. In het jaar 1676 telde Nederweert maar liefst 14 gelijktijdig in gebruik zijnde bierbrouwerijen, allemaal gevestigd in de Kerkstraat en Staat. Die moesten stuk voor stuk belasting betalen. Op de grondbelasting na was de bieraccijns vroeger de grootste inkomstenbron van het gemeentebestuur. De pastoor en de schout waren vrijgesteld van bieraccijns en zij brouwden dus voor eigen gebruik dat het een lieve lust was.
Fraude
Omdat er een accijns werd opgelegd aan het gebrouwen bier, moest gewaakt worden voor illegaliteit en fraude. Tweemaal daags werden de brouwerijen bezocht door een ambtenaar om te voorkomen dat er meer bier werd gebrouwen dan dat er belasting over werd betaald. De kleine Nederweerter brouwerijen stookten hun ketel eens in de twee maanden, de grote deden dat maar liefst elke twee weken.
Brouwsels
Het één keer stoken van de brouwketel noemde men een brouwsel. Zo’n brouwsel bestond uit 12 vaten bier, elk vat was weer goed voor 100 kannen. Een bierkan had in die tijd een inhoud van 1,2 liter. Even snel rekenen: uit één brouwsel konden dus gemiddeld 5760 moderne glazen bier van 25 cl geschonken worden. De ketels werden nauwkeurig geijkt en gestookt werd er met turf, een brandstof die in deze gemeente volop voorradig was. Het eindproduct was bovengistend bier van laag promillage, met vanwege de toevoeging van gruit of hop vanwege de houdbaarheid een licht bittere smaak.
Een miljoen glazen
Wat zegt de accijnsregistratie? De 14 Nederweerter brouwerijen brouwden in het jaar 1676 samen 185 brouwsels, dus 222.000 kannen bier oftewel ruim 266.000 liter gerstenat. Dat is iets meer dan een miljoen moderne pilsglazen. Is dat veel of weinig? De Nederweerter bevolking telde in 1676 ongeveer 2600 personen boven de 12 jaar. Stel dat ze allemaal van bier hielden, dan is dat gemiddeld 100 liter per persoon per jaar. In werkelijkheid zal het wat minder zijn geweest, want er werd ook veel bier afgetroggeld door dorstige militairen en dievenbendes die regelmatig ons dorp doorkruisten. Van de andere kant zal er vast ook wel illegaal gebrouwen en dus meer gedronken zijn. Hoe dan ook, anno 2026 is het bierverbruik volgens de statistieken 70 liter per persoon per jaar en dat verschilt eigenlijk niet eens zo heel veel van dat van 1676.
Haole klot
Turfgestookt bierbrouwen was dus een hele business in het Nederweert van vroeger. ‘Haole klot’ dus, om maar even in het jargon van bier en turf te blijven. Eenzelfde analyse kan men trouwens maken van de lokale jeneverstokerijen, maar dat is iets voor een andere keer.
Alfons Bruekers | Erfgoedgemeenschap Nederweert
De Erfgoedgemeenschap Nederweert is het collectief van vijf organisaties die actief zijn op erfgoedgebied in Nederweert: Stichting Geschiedschrijving Nederweert (SGN), Stichting Regionaal Archeologisch Bodem-Onderzoek (STRABO), Geschied- en Oudheidkundig Genootschap De Aldenborgh, de Stichting Cultuurhistorische Publicaties voor de regio Weert en de Stichting Historisch Onderzoek Weerterland (SHOW).










Er zijn nog geen reacties geplaatst